Kees Andrea was een veelzijdige Nederlandse kunstenaar. Hij maakte schilderijen, tekeningen, etsen, houtsneden, litho’s en glas-in-loodramen. Zijn werk wordt gekenmerkt door een naïef-realistische stijl.
Andrea kwam uit een familie van drukkers. Zijn vader was lithograaf en zijn verwanten drukten onder meer werk van M.C. Escher en Jan Veth. Andrea wordt gerekend tot de Nieuwe Haagse School. Ook zijn zoon Pat Andrea werd kunstenaar.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon Andrea geen les geven omdat hij geen lid wilde worden van de Kultuurkamer. Na de oorlog gaf hij les aan de Haagse Vrije Academie. Andrea liet zich inspireren door zijn reizen naar Hongarije, Frankrijk en Spanje. Dat is onder meer terug te zien in zijn Spaanse landschappen, danseressen en voorstellingen met stieren. Daarnaast schilderde hij portretten, figuurvoorstellingen, religieuze taferelen, interieurs, dieren, stillevens en winterlandschappen. Hij combineerde deze onderwerpen graag in zijn werk.
Na een reis naar Hongarije in 1938, waar hij kennismaakte met de volkskunst, ontwikkelde Andrea zijn persoonlijke stijl. Hij streefde naar harmonie tussen mensen, dieren en voorwerpen.
Andrea was vanaf 1937 lid van het Schilderkunstig Genootschap Pulchri Studio. Zijn werk werd onder meer aangekocht door het Haags Gemeentemuseum, Museum Zutphen, het Gemeentemuseum Arnhem en het Centraal Museum in Utrecht.
Andrea ontving onder meer een eervolle vermelding bij de Jacob Marisprijs in 1949, de Jacob Marismateriaalprijs in 1951, de Jacob Marisprijs voor de tekenkunst in 1953, de Visser Neerlandiaprijs in 1963, de Jacob Hartogprijs voor de schilderkunst in 1968 (samen met Jan Roëde) en de Van Ommeren-de Voogtprijs in 1996.