Willem Hussem was een kunstschilder die gerekend wordt tot de Nieuwe Haagse School, een stroming uit de jaren vijftig en zestig. Hij was ook beeldhouwer en dichter. In zijn beginperiode werkte hij figuratief.
Later werd zijn werk abstracter, onder invloed van Picasso en Mondriaan. Hussem was een leerling van Dirk Nijland en volgde een opleiding aan de Rotterdamse Academie. Van 1918 tot 1936 woonde hij in Parijs, waar hij onder anderen Piet Mondriaan en Pablo Picasso ontmoette. Naast laatstgenoemde was ook Vincent van Gogh van invloed op zijn stijlverandering.
Na de Tweede Wereldoorlog werd zijn werk abstract. Hij maakte deel uit van kunstenaarsgroepen als Fugare, de Liga Nieuw Beelden en Verve.
Ondanks nationale en internationale successen, waaronder drie toekenningen van de Jacob Marisprijs (in 1952 en 1955 voor de schilderkunst en in 1958 voor de tekenkunst) en een uitnodiging voor de Biënnale van Venetië, had zijn gezin het financieel moeilijk.
Zijn werk is onder meer te vinden in het Haags Gemeentemuseum, Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Frans Hals Museum in Haarlem, het Stedelijk Museum Haarlem, Museum De Lakenhal in Leiden, Museum Willemstad op Curaçao en de Rijkscollectie.